Gedeeltelijk verharde en gedeeltelijk onverharde weg. Tweesporenweg in beton met een strook gras of grond in het midden. Door de spoorbreedte hebben vierwielige voertuigen beton onder al hun wielen.
Bosbouw, Beheerd bos. Het grootste deel van de bossen worden gebruikt voor bosbouw. Alleen perfect natuurlijke bossen (bosgebied) moet met natural=wood getagd worden. Nooit gelijktijdig deze tags gebruiken.
De boomsoorten onderscheiden kan met wood=coniferous/deciduous/mixed voor naald-, loof- of gemengde bomen.
De brug moet worden gehecht aan het gedeelte van de weg dat deel uitmaakt van de brug. Deze weg dient dus meestal verdeeld in drie segmenten (de weg voor de brug, de brug zelf, de weg na de brug).
De weg zelf bevat van nature andere attributen, zoals highway=* of railway=*.
Wanneer twee of meer bruggen onderling kruisen, is dit met layer=1, layer=2 te gebruiken.
Praktisch: een knoop met highway=bus_stop aan de kant van de weg waar de passagiers wachten.
De andere elementen die bij de bushalte behoren, zoals bijvoorbeeld amenity=shelter, amenity=bench en amenity=waste_basket, kunnen worden gegroepeerd in een relation. Zo weet de renderer en de routeplanner dat ze bij elkaar horen.
Voor het in kaart brengen van de routes zie Relation:route.
Voor verdere uitleg over hoe het in de toekomst gedaan zou moeten worden, zie Public Transport Schema.
Let op: het is van belang om shelter_type aan te geven, aangezien de tag shelter ook voor vele andere schuilplaatsen gebruikt wordt. (Bv. Schuilhut/Berghut)